In tegenstelling tot de algemeen heersende opvatting heeft de gemeenschap van Jehovah's Getuigen, historisch gezien, geen algehele instemming gekend ten aanzien van het bloedstandpunt van het Wachttorengenootschap, wat bepaald gebruik van bloed voor medische therapieën verbiedt. Het zelfde geldt voor de hedendaagse gemeenschap van Jehovah's Getuigen

Sinds 1945 heeft het Wachttorengenootschap het aanvaarden van een bloedtransfusie categorisch gebrandmerkt als een daad van heiligschennis. Niettegenstaande deze dogmatische leerstelling gaf het Wachttorengenootschap in 1950 al toe dat zij verscheidene verzoeken van trouwe leden had ontvangen waarin werd verzocht dat de medische praktijk t.a.v. bloedtransfusie zou worden goedgekeurd (geaccepteerd).1

Ondanks meer dan tien jaar lang anders onderwezen te hebben, gaf de lectuur van het Wachttorengenootschap in 1958 toe dat enkele trouwe leden gewetensvol therapie op basis van bloedtransfusie hadden aanvaard.2

Het Wachttorengenootschap heeft sinds 1961 een beleid afgekondigd waarin Jehovah's Getuigen medegelovigen die gewetensvol een bloedtransfusie aanvaarden, moeten mijden. Er wordt toegegeven dat dit een "toegenomen striktheid" betekent en het leggen van "toegenomen verplichtingen" op iedere Jehovah's Getuigen ten aanzien van bloedtransfusie therapie. Ondanks dit machtige dwangmiddel hebben sommige Jehovah's Getuigen ervoor gekozen van het beleid van het Wachttorengenootschap af te wijken door bloedtransfusie therapie te aanvaarden onder de voorwaarde dat hun aanvaarding hiervan absoluut geheim zou worden gehouden.3 4 5 6

In 2000 lichtte een door het Wachttorengenootschap in de positie van ouderling aangestelde funtionaris het Wachttorengenootschap erover in dat hij het bloedverbod van het Wachttorengenootschap niet langer kon handhaven zoals dit van hem werd verlangd. Hij zette voorts duidelijk zijn visie uiteen dat transfusie van donorbloed niet door het Wachttorengenootschap beleid onder Jehovah's Getuigen zou moeten worden verboden. Hoewel het Wachttorengenootschap op de hoogte was van de afwijkende mening van dit lid ging zij er niet toe over hem uit zijn positie te verwijderen, maar gaf hij in 2003 zélf zijn officiële aanstelling terug vanwege zijn meningsverschil met het Wachttorengenootschap (De persoonlijke brieven van R. Jensen kunnen hier worden gelezen/gedownload) 7 8 9

Dit interne, historische verslag wordt gestaafd door jaren van klinische ervaring met Jehovah's Getuigen die instemden bloedtransfusietherapie te ontvangen.

In een studie betreffende alle JG oncologiepatiënten die van oktober 1986 tot februari 1994 in het H.Lee Moffit Kankercentrum & Onderzoeksinstituut zijn behandeld, maakte Dr. Kaaran Benson bekend dat maar liefst 10% van de Jehovah's Getuigen patiënten door het Wachttorengenootschap verboden bloedtransfusie aanvaardde of, in het geval van minderjarigen, hun Jehovah's Getuigen ouders bloedtransfusie voor hen aanvaardden. Van de 58 Jehovah's Getuigen patiënten aanvaardden en ontvingen 6 transfusies met niet-eigen rode bloedlichaampjes en twee patiënten ontvingen ook bloedplaatjes. Dr. Benson verklaart dat "waar de meeste volwassen Jehovah's Getuigen ouders bloed voor zich zelf zouden weigeren, de meesten wèl transfusies voor hun minderjarige kinderen toestonden en dat vele jongvolwassen patiënten ook bereid waren transfusies voor zich zelf te aanvaarden."10

Een dossieronderzoek naar alle vrouwen (61) die tussen 1 januari 1997 en 31 december 2002 de Mount Sinai School of Medicine bezochten om te bevallen en zich als Jehovah's Getuigen identificeerden, wees uit dat volbloed door 9,8% werd aanvaard, dat 39,3% erin toestemde enigerlei bloedproducten te aanvaarden en dat 50,1% noch bloed noch bloedproducten wilde aanvaarden. Dr. Cynthia Gyamfi en Richard L. Berkowitz verklaarden: "Dit onderzoek weerlegt het algemeen aanvaarde geloof dat alle Jehovah's Getuigen bloed of enigerlei bloedproduct weigeren.11

In ieder bovenvermeld voorbeeld treffen we overtuigend bewijs aan dat op geen enkel moment algemene instemming met betrekking tot de bloedkwestie van het Wachttorengenootschap onder Jehovah's Getuigen is geweest.


Verwijzingen

[1] Anoniem gepubliceerde brief, Nogmaals over bloedtransfusie, De Wachttoren van 15 juli 1950, blz. 229 (Klik hier voor een scan van het origineel)

[2] Wachttoren, Bijbel en Traktaatgenootschap van Pennsylvania, Vragen van Lezers, De Wachttoren van 1 augustus 1958, blz. 478 (Engelse uitgave)

[3] Wachttoren, Bijbel en Traktaatgenootschap van Pennsylvania, Vragen van Lezers, De Wachttoren van 15 juli 1961, blz. 63 (Klik hier en hier voor een scan van het origineel)

[4] Wachttoren, Bijbel en Traktaatgenootschap van Pennsylvania, Aanvaard uw Christelijke Verplichtingen, De Wachttoren van 1 juni 1966, blz. 342

[5] Wachttoren, Bijbel en Traktaatgenootschap van Pennsylvania, Uitsluiting uit de Gemeenschap, Inzicht in de Schrift Deel 2, 1997, blz. 1058

[6] Wachttoren, Bijbel en Traktaatgenootschap van Pennsylvania, Ons "Koninkrijkseenheid"-congres - Waarom 'het beste tot nu toe!', De Wachttoren van 15 april 1984, blz. 28-29

[7] R. Jensen, persoonlijke brief aan het Wachttoren, Bijbel en Traktaatgenootschap, gedateerd 1 maart 2000, blz. 1

".wanneer een lid [Jehovah's Getuige] zou verkiezen witte bloedlichaampjes te aanvaarden om zijn immuunsysteem te versterken zou er van mij als ouderling worden verwacht dat ik ons standpunt, dat aanvaarding van witte bloedlichaampjes verbiedt, dwingend op zou leggen. Aangezien ik de onderscheidende kenmerken van ons standpunt niet schriftuurlijk kan verklaren, zou ik dat standpunt niet dwingend kunnen opleggen---ik zou gedwongen zijn mijzelf als niet competent te beschouwen de zaak te behandelen."

[8] R. Jensen, persoonlijke brief aan het Wachttoren, Bijbel en Traktaatgenootschap, gedateerd 1 maart 2000, blz. 1 van de hoofdtekst en blz. 4 van de bijlage.

".het apostolisch decreet verlangt niet het zich onthouden van een medische bloedtransfusie zoals tegenwoordig wordt gedaan."

[9] R. Jensen, persoonlijke brief aan het Wachttoren, Bijbel en Traktaatgenootschap, gedateerd 10 januari 2003.

[10] Kaaron Benson, Medicus, Behandeling van Oncologiepatiënten die Jehovah's Getuigen zijn: Vanuit het standpunt van Transfusie Verlening, Cancer Control Journal of the Moffit Cancer Center, Vol 2, No. 6 November/December 1995.

[11] Cynthia Gyamfi, MD, and Richard L. Berkowitz, MD, Reacties van zwangere Jehovah's Getuigen ten aanzien van Machtigingen in de Gezondheidszorg, Verloskunde & Gynaecologie, Deel 104, No. 3, September 2004