R. Jensen

24 Running Deer Road
Phenix City , AL 36870


 

Kantoor:
Thuis:

3 maart 2000

Watchtower Bible & Tract Society
25 Columbin Heights
Brooklyn, New York 11201

Re: Bloed en rechtvaardige maatstaven hooghouden - ADDENDUM

Geliefde broeders,

Hierbij stuur ik jullie een addendum bij mijn brief van 1 maart 2000. Stuur deze brief en bijlage alstublieft naar degene die mijn brief van 1 maart 2000 in bezit heeft.

Bedankt voor jullie directe aandacht voor deze kwestie. Ik benut deze gelegenheid om jullie allen mijn liefde en groeten te zenden.

Jullie mededienaar van Jehovah,

[Getekend: R. Jensen]

------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bijlage: Voorgestelde Zienswijze Op Het Apostolische Decreet “Zich te onthouden van bloed” (vervolg)

Ik realiseerde me dat ik heb nagelaten het apostolische decreet zoals dat staat opgetekend te bespreken en of het in overeenstemming is met mijn voorgestelde zienswijze. Daarom schrijf ik dit addendum om deze onoplettendheid recht te zetten.

Met betrekking tot bloed concludeerde mijn voorstel van 1 maart 2000 het volgende over het apostolische decreet zoals dat gedefinieerd wordt door de wet aan Noach .

1. Het vereist het onthouden van het eten van bloed van dieren die geslacht zijn om tot voedsel te dienen.
2. Het vereist het onthouden van het wegnemen van menselijk leven.
3. Het vereist dat we met geheel onze ziel navolging geven aan de opdracht te prediken en het goede nieuws van Gods koninkrijk te onderwijzen.
4. Het vereist niet dat we ons onthouden van medische transfusies van bloed zoals die heden ten dage worden toegepast, omdat hierbij geen wegnemen van leven gemoeid is.

Zijn die conclusies in overeenstemming met het opgetekende apostolische decreet? Ondersteunt het apostolische decreet die conclusies? Dat zijn de twee vragen die in dit addendum beantwoord zullen worden.

Met betrekking tot bloed rust het apostolische decreet stevig op de wet die God aan Noach gaf. Handelingen 15:19-21 zegt:

“Daarom is mijn beslissing om degenen uit de natiën die zich tot God keren, niet lastig te vallen, maar hun te schrijven zich te onthouden van dingen die door afgoden zijn bezoedeld en van hoererij en van het verstikte en van bloed. Want van oudsher heeft Mozes in stad na stad mensen gehad die hem prediken, omdat hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen.”

Daar de bijbel op een andere plaats duidelijk maakt dat christenen niet onder de Mozaïsche Wet staan en daar de redenering in Handelingen 15 betrekking heeft op heidenen die reeds door God als Zijn ware aanbidders waren aangenomen – die zich niet aan de Mozaïsche Wet hielden of erdoor gebonden werden – kan de verwijzing naar associatie van Mozes met het apostolische decreet allen maar gebaseerd zijn op schrijfsels van Mozes anders dan de Mozaïsche Wet zelf. Het enige geschrift van Mozes (buiten de Mozaïsche Wet aan Israël) dat expliciet spreekt over verbodsbepalingen met betrekking tot bloed is de tekst in Genesis 9, waarmee die wet aan Noach de enige basis is waarop het verbod op bloed uit het apostolische decreet betrekking kan hebben.

Voor het eerste eeuwse besturende lichaam kwam de vraag er uiteindelijk op neer wat noodzakelijkerwijs opgelegd moest worden aan degenen die christenen werden, zijzelf inbegrepen uiteraard. Het verslag in Handelingen 15 laat zien dat de wet aan Noach werd geraadpleegd voor zulke noodzakelijkheden. Dit was terecht omdat het een wet betrof die op de gehele mensheid van toepassing is en niet alleen op Israël. (Naast de wet aan Noach werden ook andere delen van Mozes' geschriften gebruikt om het apostolische decreet vast te stellen, delen die niet te maken hadden met bloed of de Wet van Israël) De wet aan Noach bevatte drie uitgevaardigde vereisten voor de mensheid:

1. Gods gebod aan de mensheid “ Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde.” (Genesis 9:1)
2. Zijn gebod waarin het de mensheid verboden wordt het bloed te eten van geslachte dieren die tot voedsel zouden dienen.
3. Zijn gebod waarin het de mensheid verboden wordt menselijk leven weg te nemen, met uitzondering van het vergelden van het op lichtzinnige wijze wegnemen van leven.

Van die drie geboden bevestigt het apostolische decreet het gebod “Weest vruchtbaar en wordt tot velen,” in verband met huwen en het krijgen van kinderen, niet . Daar de wet aan Noach voor de gehele mensheid gold, waarom zou dat gebod aan Noach niet als noodzaak voor christenen worden beschouwd? Ten eerste bestond er niet langer een noodzaak voor de groei van de wereldbevolking. Het gebod werd bij twee gelegenheden gegeven, waarbij er in aantal een uitermate gelimiteerde bevolking bestond, waarmee het krijgen van kinderen noodzaak was geworden. (Vergelijk Genesis 1:28) Ten tweede had Jezus aangegeven dat dat gebod niet langer noodzakelijk was en dus ook niet werd vereist. Hij zei: “ Want er zijn eunuchen die zo uit hun moeders schoot zijn geboren, en er zijn eunuchen die door de mensen tot eunuchen zijn gemaakt, en er zijn eunuchen die zichzelf tot eunuch hebben gemaakt ter wille van het koninkrijk der hemelen. Wie er plaats voor kan maken, make er plaats voor. ” (Mattheüs 19:12; Ik cursiveer) Daar ze Jezus uitspraak, “Wie er plaats voor kan maken, make er plaats voor,” kenden en ze werden geleid door de heilige geest, kan het makkelijk zo zijn geweest dat het eerste eeuwse besturende lichaam dat gebod aangaande het krijgen van kinderen nietig verklaarde. Na die tijd was het krijgen van kinderen iets wat individuele personen zelf moesten bepalen, in plaats dat er een gebod werd opgevolgd, het was niet langer een noodzaak . (Zie ook 1 Korinthiërs 7:8)

We zullen nu naar het derde gebod overgaan waarin het Noach werd verboden menselijk leven weg te nemen (het vergieten van het bloed van een mens), behalve als vergelding voor het onbarmhartig wegnemen van leven zelf. Zich onthouden van het onbarmhartig wegnemen van leven is een absolute noodzaak voor christenen. Daar het apostolische decreet “zich te onthouden van het verstikte” het verbod op het eten van het bloed van tot voedsel geslachte bevat, is het decreet “zich te onthouden van bloed” een bevestiging dat het onbarmhartig wegnemen van leven verboden blijft en dat het een noodzakelijk vereiste voor christenen is. Is dat werkelijk wat het eerste eeuwse besturende lichaam in gedachten had met de uitdrukking “zich onthouden van bloed”? Beschouw het volgende:

1. Zoals opgetekend staat in Handelingen 15 werden de besluiten die genomen werden over de kwesties die het besturende lichaam werden voorgelegd, gedeeltelijk besloten op grond van het feit dat God heidense christenen nu aanvaardde als “volk voor zijn naam”. (Handelingen 15:14) De eerste heidense christen was Cornelius, een legeroverste van de Italiaanse afdeling. (Handelingen 10:1, 44-48) Legeroversten dienen vijanden van de Staat doden en mannen onder hun hoede hetzelfde leren. Zouden personen als Cornelius legeroverste kunnen blijven en tegelijkertijd God kunnen behagen? Nauwelijks. Dat is dus één reden om “zich onthouden van bloed” te betrekken op het onbarmhartig wegnemen van leven en het als noodzaak te beschouwen.
2. Voor mensen die in dat tijdperk leefden was het heel gewoon om wapens te dragen waarmee mensen gedood konden worden; mensen waren bereid andere mensen te doden, inclusief enkelen van Jezus' discipelen. (Lukas 22:38; Zie Inzicht – Deel II, blz. 1234, par. 2) Door het dragen van zulke wapens bestond er gerede kans dat christenen, in overtreding van Gods wet die via Noach aan de gehele mensheid werd gegeven, “het bloed van een mens” zouden vergieten. Velen waren bereid hun medemens als gevolg van ideologische verschillen straffeloos tot in de dood te vervolgen. Saulus deed dit ook en was ook onderhevig aan dit soort moordende onmenselijkheden. (Handelingen 8:1; 14:19) Personen die over Jezus en Gods Koninkrijk leerden moesten leren dat dergelijk gedrag en dergelijke neigingen absoluut ongepast zijn voor volgelingen van Christus. (Efeziërs 4:20-24) Wederom bestond er een duidelijke en op dat moment noodzakelijke behoefte dat “zich onthouden van bloed” een verbod in zich droeg op het onwettig doden van mensen. Het was noodzakelijk.
3. In tegenstelling tot het decreet vruchtbaar te zijn (met betrekking tot het krijgen van kinderen), had Jezus de wet aan Noach over het nemen van menselijk leven eerder al bevestigd. Hij zei namelijk het volgende tegen Petrus en andere aanwezigen: “ Want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard vergaan.”

In het geval van het eerste eeuwse besturende lichaam is het eenvoudig te begrijpen waarom hun decreet “zich te onthouden van bloed” feitelijk een bevestiging was van de wet die via Noach aan de mensheid werd gegeven en waarin het werd verboden menselijk leven weg te nemen.

Tot slot gaan we terug naar het tweede verbod dat Noach (en daarmee de mensheid) werd opgelegd, namelijk het verbod op het eten van het bloed van dieren die tot voedsel gedood waren. Ieder verslag van het apostolische decreet vereist een onthouding van bloed en ” van het verstikte . (Handelingen 15:20, 29; 21:25) Wanneer we in beschouwing nemen dat de wet aan Noach de basis vormde voor die decreten en dat de wet aan Noach twee acties met betrekking tot bloed verbood, dan moeten we concluderen dat het decreet zich te onthouden van “bloed” één van die verboden is die aan Noach gegeven werd en dat het decreet zich te onthouden van “het verstikte” de andere van de twee verboden is die aan Noach werd gegeven. Anders herhaalt het decreet op overbodige wijze hetzelfde verbod, terwijl beiden noodzakelijk zijn voor christenen.

Waar wijst het bovenstaande op met betrekking tot het apostolische decreet? Naast het feit dat het verenigbaar is met de suggesties/conclusies die in deze brief aangeboden worden, komt het apostolische decreet overeen met de conclusies en ondersteunt het deze ook. Het voegwoord “en” tussen de bloedverboden bewijst dat beide wetten aan Noach bevestigd werden, maar ook niet meer dan dat. De omstandigheden waarin die vergadering plaatsvond, de redeneringen waarmee men tot het decreet kwam en de noden van die broeders, vielen samen met het feit dat twee van de drie wetten aan Noach bevestiging nodig hadden en eentje niet. Twee van de wetten waren noodzakelijkheden en één was dat niet. Geen van deze bevestigde wetten verschaft voldoende basis om absoluut te concluderen dat hedendaagse medische bloedtransfusies voor christenen verboden zijn.

Mijn suggestie concludeert ook dat “zich onthouden van bloed” vereist dat we met geheel onze ziel werken in het volgen van het mandaat om het goede nieuws van Gods Koninkrijk te prediken en te onderwijzen. Waarom? Ten eerste moeten we ons herinneren dat Noach ook een prediker van rechtvaardigheid was. Zijn prediking had het directe effect dat degenen die naar hem luisterden gered zouden worden; zijn medemensen. Ten tweede was het Paulus die zei: “ En nu, ziet! ik weet dat GIJ allen, onder wie ik ben rondgegaan en het koninkrijk heb gepredikt, mijn gezicht niet meer zult zien. Daarom roep ik U op de dag van heden tot getuigen dat ik rein ben van het bloed van alle mensen , want ik heb mij er niet van weerhouden U al de raad Gods te vertellen.” (Handelingen 20:25-28; ik cursiveer ) Wanneer Paulus niet actief was geweest in het prediken en onderwijzen van het goede nieuws van Gods Koninkrijk, dan had hij, naar eigen zeggen, schuldig geweest aan het vergieten van menselijk bloed, wat precies één van de verboden was welke via Noach aan de mensheid werd gegeven. Noachs voorbeeld en Paulus' conclusie maken duidelijk dat “zich onthouden van bloed” vereist dat we met geheel onze ziel werken aan het volgen van het mandaat om het goede nieuws van Gods Koninkrijk te prediken en te onderwijzen.

Zoals ik al eerder heb gezegd, het is in overeenstemming met de leiding van “de getrouwe slaaf” dat ik deze voorgestelde, verbeterde zienswijze op het apostolische decreet “zich te onthouden van bloed” in de handen van jullie broeders leg. Voor mij is de kwestie nu in Jehovah's handen. (Zie De Wachttoren van 1 september 1982, blz. 20, par.15)

[Getekend: R. Jensen]


Download via onderstaande knop het Engelse origineel van deze brief