Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap
Noordbargerstraat 77
7812 AA EMMEN

Egmond aan den Hoef, 8 april 2006

Onderwerp: Bloed, bloedcomponenten en bloedfracties


Geliefde broeders,

Reeds enkele jaren geleden heb ik jullie al eens geschreven over de bloedkwestie. In het antwoord dat jullie destijds gaven op mijn vragen stond geschreven: “Indien er in verband hiermee nog een specifieke vraag overgebleven zou zijn, voel je dan vrij ons daarover te schrijven.” (SCA 1 november 2002) In de jaren hierna heb ik periodes gehad waarin ik veel onderzoek heb gedaan naar de bloedkwestie. Dat onderzoek heeft niet geleid tot één “specifieke vraag” maar tot vele vragen. Deze vragen heb ik in twee brieven op papier gezet en voorgelegd aan een broeder van het Ziekenhuiscontactcomité in de hoop dat hij een verklaring zou kunnen geven voor de ogenschijnlijke tegenstrijdigheden in ons standpunt. Hoewel ik zijn pogingen tot uitleg heb gewaardeerd, moet ik tot mijn spijt vaststellen dat zelfs iemand van het ZCC geen antwoorden kon geven op mijn vragen. Daarom wend ik me nu tot jullie in de hoop wél de antwoorden op mijn vragen te vinden die ik zoek.

Ik wil benadrukken dat ik in deze brief niet mijn eigen standpunt beschrijf inzake de bloedkwestie. In deze brief wil ik enkel de aandacht vestigen op onduidelijkheden en inconsistenties die ik ben tegengekomen tijdens mijn onderzoek, onduidelijkheden die bij elk van mijn broeders en zusters zouden kunnen rijzen. Ik besef heel goed dat mijn vragen niet eenvoudig zullen zijn, daar ik er zelf al heel wat tijd aan besteed heb om de kwesties duidelijk te krijgen. Tot op heden heb ik er zelf echter geen passend antwoord op kunnen formuleren en zal ik anderen (denk vooral aan medisch personeel) ook geen passend antwoord kunnen geven wanneer mij er eventueel naar gevraagd zou worden wanneer de situatie dat vereist. De bloedkwestie is echter een zaak waarbij letterlijk ons leven gemoeid kan zijn, zowel voor dit huidige als het toekomende samenstel van dingen. En we zijn ons er allemaal van bewust dat ons leven kostbaar is, niet alleen in onze ogen, maar ook in de ogen van Degene die het ons geschonken heeft – Jehovah God. Bovendien is zijn naam er bij betrokken, daar het standpunt inzake bloed een controversiële zaak onder de medische stand is. Een niet goed onderbouwd en geen volledig beargumenteerd besluit vindt weinig gehoor en draagt bij aan geringschatting van Jehovah's naam en zijn volk. Uit dit alles is mijn motivatie ontstaan om deze kwesties onder jullie aandacht te brengen en ik waardeer jullie beschouwing van deze brief en zie uit naar jullie antwoorden. Ik wil me bij voorbaat verontschuldigen voor de lengte van deze brief, maar het is eenvoudig een nogal uitgebreid onderwerp en ik wil graag dat mijn vragen duidelijk overkomen. Ik heb de brief voor de overzichtelijkheid opgedeeld in verschillende onderwerpen.

I - BLOEDCOMPONENTEN VERSUS BLOEDFRACTIES

In de ‘Handleiding bij de vooraf opgestelde wilsverklaringen' staat onder het kopje GEWETENSZAKEN, paragraaf 8, het volgende:

“8. Accepteren Jehovah's Getuigen medicijnen die uit bloed gewonnen zijn? We geloven dat het schriftuurlijke gebod om ‘zich te onthouden van bloed,' transfusies met vol bloed of de hoofdbestanddelen van bloed (rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en bloedplasma) ontoelaatbaar maakt (Hand. 15:28, 29).”

Daarbij wordt terugverwezen naar de Wachttoren van 15 juni 2000, blz. 29-31, waarin onder andere te lezen stond:

"Toen transfusies van volbloed na de Tweede Wereldoorlog in zwang raakten, beseften Jehovah's Getuigen dat dit in strijd was met Gods wet — en dat geloven wij nog steeds. Toch is de geneeskunde in de loop van de tijd veranderd. Tegenwoordig wordt meestal geen volbloed getransfundeerd maar een van de hoofdbestanddelen: (1) rode bloedcellen; (2) witte bloedcellen; (3) bloedplaatjes; (4) plasma (serum), het vloeibare bestanddeel. Afhankelijk van de toestand van de patiënt zullen artsen misschien rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes of plasma voorschrijven. Door het transfunderen van deze hoofdbestanddelen is het mogelijk één eenheid bloed over meer patiënten te verdelen. Jehovah's Getuigen zijn de mening toegedaan dat het accepteren van volbloed of een van die vier hoofdbestanddelen een overtreding van Gods wet is.

Verder werd er het volgende over bloedfracties gezegd:

“En er zijn nog meer medicijnen op komst die, op zijn minst aanvankelijk, uit bloedbestanddelen gewonnen componenten bevatten. Worden die toegediend, dan zijn dat geen transfusies van primaire bloedbestanddelen; meestal gaat het daarbij om gedeelten of fracties ervan. Mogen christenen deze fracties bij een medische behandeling aanvaarden? Dat kunnen wij niet zeggen. De bijbel geeft geen details en dus moet een christen zich bij zijn beslissing door zijn eigen geweten laten leiden en zich tegenover God verantwoorden.

Het is inderdaad waar dat de Bijbel geen details geeft over allerlei bloedfracties die uit bloed gewonnen worden. Zoals we allen weten, zegt de Bijbel eenvoudig: “Onthoud u van bloed,” de tekst die ook aangehaald wordt in de Handleiding . Daarmee komen we echter op het punt waar dit deel van de brief over gaat:

Waarom wordt de onderstreepte stelling in het laatste citaat enkel toegepast op bloedfracties, terwijl ze evenzogoed van toepassing is op de 4 bloedcomponenten ? Het laatste citaat wekt namelijk sterk de indruk dat de Bijbel wél details zou geven over bloedcomponenten, die vallen volgens ons immers onder het verbod op bloed. We hoeven echter geen Bijbelgeleerde te zijn om te weten dat de Bijbel over beide zaken ‘geen details' geeft. Immers, wat heeft de Bijbel ons te melden over de 4 bloedcomponenten? Handelingen spreekt over bloed, niet over bloedfracties, noch over bloedcomponenten. Indien er daarom in de Bijbel, onze autoriteit, geen details worden gegeven over beide zaken, bloedcomponenten én bloedfracties, op basis waarvan maken wij dan onderscheid tussen de twee?

Het is duidelijk dat er fysiek verschil bestaat tussen hoofdcomponenten en fracties, net zoals er fysiek verschil bestaat tussen componenten of fracties onderling. Ons standpunt suggereert echter een moreel verschil tussen de twee. Immers, volgens ons standpunt is het zeker dat vol bloed en hoofdcomponenten onder het bloedverbod uit Handelingen vallen, terwijl het onzeker is of fracties daar ook toe behoren. Wanneer de bijbel enkel spreekt over “bloed”, hoe kan er dan een moreel onderscheid gemaakt worden tussen hoofdcomponenten en fracties? Als het gebruik van bloed buiten het lichaam  immoreel is, betekent dat dan niet dat iedere fractie of individuele component of stof die eruit verkregen is, het resultaat is van een immoreel proces en dus onaanvaardbaar? Of omgekeerd, wanneer we er kennelijk niet zeker van zijn dat fracties aanvaarden moreel onjuist is (gezien het feit dat dit aan het eigen geweten wordt overgelaten), op basis waarvan zijn we er dan wél zeker van dat het moreel onjuist is één van de vier hoofdcomponenten te aanvaarden? Welke bijbelse ondersteuning bestaat er voor een dergelijk moreel onderscheid tussen fracties en componenten? Bestaat deze bijbelse ondersteuning daar überhaupt wel voor?

II - MEDISCHE WETENSCHAP EN BLOEDCOMPONENTEN

Een andere kwestie is het volgende: In de Wachttoren van 15 juni 2000 staat het volgende te lezen:

“Jehovah's Getuigen zijn de mening toegedaan dat het accepteren van volbloed of een van die vier hoofdbestanddelen een overtreding van Gods wet is.”

In de reeds eerder aangehaalde “Handleiding bij de vooraf opgestelde wilsverklaringen” wordt dit herhaald:

“8. Accepteren Jehovah's Getuigen medicijnen die uit bloed gewonnen zijn? We geloven dat het schriftuurlijke gebod om ‘zich te onthouden van bloed,' transfusies met vol bloed of de hoofdbestanddelen van bloed (rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en bloedplasma) ontoelaatbaar maakt (Hand. 15:28, 29).”

Maar, wat is nu de feitelijke implicatie van dit standpunt? Goed beschouwd betekent dit standpunt het volgende:

Aangezien we als Jehovah's Getuigen beweren dat een transfusie met volbloed én een transfusie met één van de 4 hoofdcomponenten (rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en bloedplasma) een overtreding is van het gebod uit Handelingen 15:28, 29, moeten we de conclusie trekken dat wij de afzonderlijke hoofdcomponenten beschouwen als bloed.

Bovenstaande conclusie is heel belangrijk. Voor onderbouwing van ons standpunt en ons onderscheid tussen hoofdcomponenten en fracties uit die hoofdcomponenten, wijzen wij naar de medische wetenschap. Zo staat er bijvoorbeeld te lezen:

“Toch is de geneeskunde in de loop van de tijd veranderd. Tegenwoordig wordt meestal geen volbloed getransfundeerd maar een van de hoofdbestanddelen: (1) rode bloedcellen; (2) witte bloedcellen; (3) bloedplaatjes; (4) plasma (serum), het vloeibare bestanddeel.” ( De Wachttoren van 15 juni 2000)

In jullie antwoord op de brief die ik enkele jaren geleden heb geschreven, werd een kopie meegestuurd van The World Book Encyclopedia (1990) waarin de term “hoofdbestanddeel” werd gebruikt, wanneer er wordt gezegd:

“Bloed heeft vier hoofdbestanddelen: (1) plasma, (2) rode bloedcellen, (3) witte bloedcellen, en (4) bloedplaatjes.”

Verder werd er een aanhaling gedaan uit Roche Lexikon Medizin, 4' druk, 1998, blz. 207, waar staat dat bloed wordt gedefinieerd als een “vloeistof…, die gevormd wordt door een vloeibaar deel en een corpusculair deel, d.w.z. door bloedplasma en bloedcellen (erytrocyten, leukocyten en trombocyten).”

De kwestie lijkt duidelijk te zijn. Bloed bestaat volgens de medische wetenschap uit vier hoofdbestanddelen (Voetnoot 1). De vraag is nu echter: Wat bedoelen wij wanneer we onderscheid maken tussen bloedcomponenten en bloedfracties en wat bedoelt de medische wetenschap ermee? Ons standpunt impliceert dat de vier bloedcomponenten bloed zijn . En daarmee bedoel ik de afzonderlijke componenten, deze vallen immers onder het verbod op “bloed” uit Handelingen. Dus, wij stellen:

•  Witte bloedcellen is bloed
•  Rode bloedcellen is bloed
•  Bloedplaatjes is bloed
•  Bloedplasma is bloed

Dit is echter in het geheel niet wat de medische wetenschap leert. Geen enkele medische wetenschapper zal beweren dat bijvoorbeeld witte bloedcellen op zichzelf bloed is . In plaats daarvan zegt de medische wetenschap dat bloed bestaat uit, of onderverdeeld kan worden in vier hoofdcomponenten. Zij zeggen niet dat bloedcomponenten afzonderlijk bloed IS. Nee, s amen vormen ze bloed.

Zoals reeds eerder werd beredeneerd, wijzen wij als Jehovah's Getuigen echter op de medische wetenschap die bloed onderverdeeld in vier hoofdcomponenten. Uit het bovenstaande wordt echter duidelijk dat dit in het geheel niet betekent dat ze componenten ook afzonderlijk als bloed beschouwen. Integendeel zelfs. De medische wetenschap verdeelt bloed enkel onder in vier hoofdcomponenten welke gezamenlijk bloed vormen.

Laat het me illustreren: Neem bijvoorbeeld een auto of een lichaam. Beiden bestaan uit allerlei verschillende ‘componenten' of ‘onderdelen.' Niemand zal zeggen: Het stuur is de auto, of de versnellingsbak is de auto, of de hersenen zijn het lichaam, of het hart is het lichaam. Wel zeggen we dat alle onderdelen of componenten van een auto gezamenlijk de auto vormen, evenals alle onderdelen of componenten van het lichaam gezamenlijk het lichaam vormen.

Op basis van datgene wat Jehovah's Getuigen leren betreffende bloedtransfusies, moeten we echter concluderen dat Jehovah's Getuigen het niet eens zijn met bovenstaande illustraties. Ons standpunt impliceert namelijk dat onderdelen of componenten van bloed, volgens Jehovah afzonderlijk bloed zijn . Is een dergelijke stelling niet even absurd als te beweren dat de versnellingsbak de auto is , of dat ons hart ons lichaam is ? Tegelijkertijd zeggen we echter dat andere componenten van bloed, over het algemeen bloedfracties genaamd, wellicht géén bloed zijn voor Jehovah en we hierover dus zelf moeten beslissen (waarin het wederom belangrijk is te bedenken dat er volgens ons standpunt kennelijk een moreel onderscheid tussen de twee bestaat). Voor alle duidelijkheid:

De medische wetenschap zegt: Rode bloedcellen EN witte bloedcellen EN bloedplaatjes EN bloedplasma vormen samen bloed.

Ons standpunt impliceert: Rode bloedcellen OF witte bloedcellen OF bloedplaatjes OF bloedplasma zijn/is bloed en val(t)(len) daarmee onder het verbod uit Handelingen 15.

Daar het eerder in deze brief duidelijk werd dat de Bijbel zwijgt over zowel bloedcomponenten als bloedfracties, maar eenvoudig zegt “onthoud u van bloed,” en de medische wetenschap geenszins onderschrijft dat één van de vier hoofdcomponenten afzonderlijk bloed is , op basis waarvan beweren wij als Jehovah Getuigen dan dat “we geloven dat het schriftuurlijke gebod om ‘zich te onthouden van bloed', transfusies met vol bloed of de hoofdbestanddelen van bloed (rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en bloedplasma) ontoelaatbaar maakt” ? (paragraaf 8 van de “Handleiding”) Anders gezegd: Op basis waarvan beweren wij als Jehovah's Getuigen dat bijvoorbeeld ‘rode bloedcellen' onder het verbod van Handelingen 15 vallen daar we die beschouwen als zijnde bloed, maar beweren we tegelijkertijd dat hemoglobine (wat feitelijk een rode bloedcel is , enkel ontdaan van zijn omhulsel) wellicht niet als bloed wordt beschouwd door Jehovah God en daarmee aanvaardbaar zou zijn?

III - DONEREN VAN BLOED

Een derde onduidelijkheid die ik wil aanhalen is datgene wat wordt gezegd in de ‘Handleiding bij de vooraf opgestelde wilsverklaringen' en wel in paragraaf 9:

“Getuigen staan geen bloed af en slaan evenmin hun eigen bloed voor transfusie op, omdat het ‘uitgegoten' moet worden.”

En in De Wachttoren van 15 oktober 2000 stond te lezen:

“Het komt voor dat een arts er bij een patiënt op aandringt een deel van zijn eigen bloed weken vóór een operatie in bewaring te geven (preoperatieve autologe donatie), zodat hij de patiënt, mocht de noodzaak zich voordoen, diens eigen opgeslagen bloed kan toedienen. Dit afnemen, opslaan en toedienen van bloed gaat echter lijnrecht in tegen hetgeen in Leviticus en Deuteronomium wordt gezegd. Bloed mag niet opgeslagen worden; het moet uitgegoten worden — aan God teruggegeven worden als het ware. Toegegeven, de Mozaïsche wet is nu niet van kracht. Niettemin respecteren Jehovah's Getuigen de beginselen die God erin heeft opgenomen en ze zijn vastbesloten 'zich van bloed te onthouden'. We staan dus geen bloed af en slaan evenmin voor een transfusie ons bloed op dat 'uitgegoten' moet worden. Dat is in strijd met Gods wet.”

Uit bovenstaande beweringen wordt duidelijk dat de reden voor het niet afstaan (en opslaan) van bloed is ‘omdat het uitgegoten moet worden.' Wanneer we dit standpunt echter combineren met ons standpunt inzake bloedfracties, zou de contradictie die hier aanwezig is voor een ieder zichtbaar moeten zijn. Wij allen weten namelijk dat bloedfracties uit het bloed halen niet gelijk staat aan ‘uitstorten van bloed.' Niettemin vallen bloedfracties volgens ons als Jehovah's Getuigen wellicht niet onder het verbod ‘onthoud u van bloed.' Het probleem dat hiermee geschapen wordt, heeft twee aspecten:

  1. Daar duidelijk is dat bloedfracties uit bloed halen géén ‘uitstorting' van het bloed is, waarom worden bloedfracties dan überhaupt aan het eigen geweten overgelaten, daar het rechtstreeks in tegenspraak is met het bijbelse gebod dat bloed ‘uitgestort dient te worden'?
  2. Waarom zouden Jehovah's Getuigen die het met hun geweten in overeenstemming kunnen brengen om bloedfracties te accepteren, niet van hun eigen bloed mogen afstaan om die bloedfracties te verkrijgen? Het is toch zeker niet zo dat Jehovah's Getuigen wél kunnen besluiten bloedfracties te nemen, maar daarbij enkel gebruik mogen maken van andermans bloed?

De vragen zijn daarom:

  • Indien wij geen bloed willen geven of willen laten opslaan “omdat het uitgegoten moet worden,” waarom kunnen wij, volgens ons standpunt dan bloedfracties accepteren?
  • Waarom kunnen Jehovah's Getuigen geen bloed afstaan, terwijl het wél toegestaan wordt dat een Christen kan beslissen bloedfracties te nemen?
  • Is het ethisch bezien niet onaanvaardbaar te zeggen dat we wel gebruik mogen maken van andermans bloed, maar voor hetzelfde doel geen gebruik mogen maken van ons eigen bloed, terwijl in beide gevallen exact dezelfde medische procédés doorlopen moeten worden en exact dezelfde bloedfracties gebruikt worden? Hoe zal dit standpunt overkomen op de buitenwereld en vooral de medische wereld?
  • En tot slot: Indien een Christen met zijn geweten in overeenstemming kan brengen dat hij of zij bepaalde bloedfracties kan accepteren, zou het in het licht van de gehele bloedkwestie dan niet logischer zijn dat iemand daarvoor zijn eigen bloed gebruikt in plaats van dat van een ander?

IV - ONTHOUDEN JEHOVAH'S GETUIGEN ZICH VAN BLOED?

De vraag in het onderkopje zal door elke Jehovah's Getuige met een stellig “ja” beantwoord worden. De vraag is echter of dat werkelijk zo is. Volgens ons standpunt hoeven Jehovah's Getuigen zich namelijk niet te onthouden van bloed, sterker nog, het is Jehovah's Getuigen in feite toegestaan een zak met volbloed te nemen en het na fractionering volledig te aanvaarden! Elke Jehovah's Getuige zal deze bewering tegen de borst stuiten, toch is dit wat ons huidige standpunt impliceert. Waarom?

Jehovah's Getuigen vatten het gebod in Handelingen 15 op als verbod op het eten van bloed en op bloedtransfusies. De Vragen van Lezers in De Wachttoren van 15 juni 2000 zei het volgende:

“Gaat het echter om uit een van de hoofdbestanddelen gewonnen fracties, dan moet iedere christen, na daarover goed en onder gebed nagedacht te hebben, daarin zelf een beslissing nemen die in overeenstemming is met zijn geweten.”

Deze zin uit De Wachttoren is feitelijk de aanleiding tot de vraag: ‘Onthouden Jehovah's Getuigen zich van bloed?' Uit deze zin blijkt namelijk dat elke fractie van ieder hoofdbestanddeel in principe aanvaardbaar is. Het is dus aanvaardbaar dat we alle fracties uit alle componenten gebruiken.

Wat we ons vervolgens echter zouden moeten afvragen is: Als ieder gefractioneerd deel van bloed in principe toelaatbaar is en aan het eigen geweten wordt overgelaten, wat is dan het verschil tussen het nemen van één van de vier bloedcomponenten of alle fracties uit één van de vier bloedcomponenten? Is dit niet exact hetzelfde? Of, nog extremer, wat is het verschil tussen het aanvaarden van volbloed of het afzonderlijk aanvaarden van alle fracties die uit bloed gewonnen zijn? Wanneer alle hoofdcomponenten van bloed gefractioneerd zijn, welk deel moet er volgens ons huidige standpunt dan ‘uitgegoten' worden? Ik moet tot de conclusie komen dat het antwoord op deze vraag “ Geen enkel deel” is. Wanneer geen enkel deel van een gefractioneerde hoofdcomponent uitgestort hoeft te worden, hoe zou iemand dan aan het medische personeel kunnen uitleggen geen plasma toegediend te willen krijgen, maar met alle afzonderlijke fracties ervan akkoord te kunnen gaan? In alle redelijkheid, valt dat werkelijk uit te leggen?

Ik besef dat alle bovenstaande vragen en opmerkingen niet eenvoudig of misschien wel helemaal niet te beantwoorden zijn. Toch is het voor iedere Getuige van Jehovah belangrijk antwoord te hebben op zulke vragen. Antwoord op de vraag waarom het één wel ‘overgelaten wordt aan het eigen geweten' en het andere niet. Het laatste deel van deze brief zal gaan over de reden waarom het zo belangrijk is om dit te weten (buiten uiteraard de reden dat ons leven met deze kwestie gemoeid kan zijn).

V - UITSLUITING

Aan de vragen die ik hierboven gesteld heb, ligt een nog veel groter gevoel van verontrusting ten grondslag. Over het algemeen wordt onder Jehovah's Getuigen de term “dit wordt aan het eigen geweten overgelaten” gebruikt. En dit is ook de juiste term met betrekking tot het gebruik van bloed fracties . Iedere Getuige van Jehovah moet daar geheel zelf de beslissing in nemen, dat kan en mag niemand anders voor hen doen.

Wat gebeurt er echter met personen die met hun geweten in overeenstemming kunnen brengen dat zij een transfusie met één van de vier hoofdcomponenten kunnen aanvaarden? Het Verkondigersboek zegt op blz. 183 onder het kopje “Waarom zij bloedtransfusies weigeren” het volgende hierover:

“De eerbied voor het leven waarvan Jehovah's Getuigen blijk geven, is ook van invloed op hun houding ten aanzien van bloedtransfusies. Toen het toedienen van bloedtransfusies een kwestie werd waarmee zij zich geconfronteerd zagen, werd in The Watchtower van 1 juli 1945 uitvoerig verklaard wat de christelijke zienswijze is inzake de heiligheid van bloed. Er werd aangetoond dat het goddelijke verbod dat Noach en al zijn nakomelingen werd opgelegd, zowel voor dierlijk als voor menselijk bloed gold (Gen. 9:3-6). Er werd op gewezen dat dit vereiste in de eerste eeuw opnieuw werd beklemtoond in het gebod dat christenen zich moeten 'onthouden van bloed' (Hand. 15:28, 29). Datzelfde artikel maakte aan de hand van de bijbel duidelijk dat alleen offerandelijk gebruik van bloed ooit door God is goedgekeurd, en dat aangezien de dierenoffers die onder de Mozaïsche wet werden gebracht, een voorafschaduwing vormden van het offer van Christus, veronachtzaming van het vereiste dat christenen zich moeten 'onthouden van bloed' een blijk zou zijn van grove minachting voor het loskoopoffer van Jezus Christus (Lev. 17:11, 12; Hebr. 9:11-14, 22). In overeenstemming met dat begrip van de kwestie werd vanaf 1961 iedereen die het goddelijke vereiste negeerde, bloedtransfusies aanvaardde en blijk gaf van een onberouwvolle houding, uitgesloten uit de gemeenten van Jehovah's Getuigen.” (ik cursiveer )

Zoals het citaat aanhaalde werd dit onderwerp besproken in een Vragen van Lezers in De Wachttoren van 15 juli 1961. Daarin stond onder andere te lezen:

Vraag: “Dient een aan God opgedragen en gedoopte persoon die in overtreding van de Schrift bloedtransfusie ontvangt, buiten de christelijke gemeente gesloten te worden, aangezien het zo'n ernstige zaak is om door middel van een transfusie bloed in het menselijke lichaam op te nemen?"

De eerste zin van het antwoord luidt: "Het antwoord van de Heilige Schrift luidt Ja. "

Het verdere antwoord maakte duidelijk dat iemand die bloedtransfusie accepteert of bloed doneert en daar geen berouw van heeft of ermee voortgaat, uitgesloten dient te worden. Hoe dient een uitgesloten persoon behandeld te worden? De Koninkrijksdienst van augustus 2002 bevatte een inlegvel met een artikel “Toon christelijke loyaliteit wanneer een familielid wordt uitgesloten”. In het artikel werd onder andere het volgende gezegd over uitgesloten personen:

“Gods Woord gebiedt Christenen niet langer in het gezelschap te verkeren van of om te gaan met een persoon die uit de gemeente is gesloten…(1 Korinthiërs 5:11, 13).”

“We vermijden dus ook sociale omgang met een uitgesloten persoon. Dat zou betekenen dat we niet samen met hem naar een picknick, een feest, een sportwedstrijd of het theater gaan, en niet samen gaan winkelen of thuis of in een restaurant een maaltijd gebruiken”

“Hierover [2 Johannes 10] zegt De Wachttoren van 1 december 1981, op blz. 19, dat “een eenvoudig ‘Hallo' dat tot iemand wordt gezegd, de eerste stap kan zijn die tot een gesprek en misschien zelfs tot een vriendschap leidt. Zouden wij die eerste stap willen doen met betrekking tot iemand die uit de gemeenschap is gesloten?””

Het begin van het artikel in de Koninkrijksdienst stelde dat hetgeen hierboven geciteerd is, “in beginsel evenzeer van toepassing is op degenen die zijn uitgesloten als op degenen die zich hebben teruggetrokken.” Ik vermeld dit, omdat er in een persbericht van 14 juni 2000 is aangekondigd dat een broeder of zuster die vrijwillig en zonder berouw een bloedtransfusie aanvaardt niet uitgesloten wordt, maar door zijn of haar daden laat zien zichzelf terug te trekken uit de gemeente. Het is echter duidelijk dat de Getuige in beide gevallen hetzelfde bezien dient te worden, “als paria's” volgens het artikel in de Koninkrijksdienst.

De vraag is: Hebben Jehovah's Getuigen een vrije keuze om te beslissen of ze bloed tot zich nemen? Of, specifieker, hebben Jehovah's Getuige een vrije keuze met betrekking tot bloedcomponenten? En nog specifieker, hebben Jehovah's Getuigen een vrije keuze met betrekking tot bloedfracties?

Wanneer we het verbod in Handelingen 15 opvatten als een verbod op het medische gebruik van bloed, is het duidelijk dat Jehovah's Getuigen als gevolg van hetgeen in de Bijbel staat geen algehele vrije keuze in medische behandelingen hebben. Het gebod in Handelingen zegt namelijk onomwonden: “Onthoud u van bloed.”

En daarin ligt ook direct het probleem. Doordat de Bijbel heel duidelijk is in wat er gezegd wordt, is de Bijbel evenzo heel duidelijk in wat er niet gezegd wordt. Want, zoals eerder uitgebreid werd besproken in deel I van deze brief, wat meldt de Bijbel ons over fracties? De Wachttoren van 15 juni 2000 zei: “De bijbel geeft geen details…” Wat meldt de Bijbel ons echter over componenten? Iedereen moet beamen dat de Bijbel ook daarover géén details verschaft. En zoals besproken in Deel II van deze brief lijkt het erop dat we ons ook niet kunnen beroepen op de medische wetenschap om onderscheid te maken tussen fracties en componenten, althans niet op een wijze waarop het in overeenstemming zou zijn met ons huidige standpunt. Dit en alle punten die eerder in deze brief werden besproken doen de volgende vragen rijzen en bij elke vraag dient in gedachte te worden gehouden welke gevolgen het heeft voor een Getuige wanneer hij of zij uitgesloten wordt: Een volledig verlies van vrienden en broeders en zusters in de waarheid en een compleet sociaal isolement daar zo iemand zelfs niet gegroet dient te worden. Ja, uitsluiting is geen stap waarover lichtzinnig gedacht mag worden. Paulus noemde het in een geval dat speelde in de Korinthische gemeente zelfs iemand ‘aan Satan overleveren.' Welke ergere straf zou er iemand opgelegd kunnen worden? Met dat in gedachten wil ik jullie de volgende vragen voorleggen:

  • Waarom dient een persoon die een transfusie met één van de vier hoofdcomponenten aanvaardt als een uitgeslotene behandeld te worden, maar dient de beslissing van een persoon die een bloedfractie aanvaardt als een oprechte en gewetensvolle beslissing beschouwd te worden, terwijl de Bijbel zwijgt over beide zaken?
  • Waarom dient een christelijke ouder die een transfusie met bloedplaatjes accepteert om het leven van zijn of haar minderjarige kind te redden gemeden te worden door Jehovah's Getuigen, terwijl de beslissing van een christelijke ouder die een transfusie met hemoglobine accepteert om het leven van zijn of haar kind te redden, gerespecteerd dient te worden?
  • Waarom dient een persoon die een transfusie van bijvoorbeeld rode bloedcellen aanvaardt als een uitgeslotene behandeld te worden, maar dient de beslissing van een persoon die hemoglobine aanvaardt (98% een rode bloedcel, enkel ontdaan van zijn “jasje,“ dat overigens ook een aanvaardbare fractie is) niet bekritiseerd te worden?
  • Stel dat een persoon zijn/haar eigen bloed wil afstaan om er aanvaardbare fracties uit te laten halen die later weer bij hem of haar gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld tijdens een operatie. Waarom dient een persoon die een dergelijke beslissing neemt als een uitgeslotene behandeld te worden, maar dient de beslissing van een persoon die dezelfde fracties aanvaardt (waarvoor dus bloed van een ander wordt gebruikt dat exact dezelfde medische procédés heeft doorlopen) gerespecteerd te worden? Met andere woorden: hoe kunnen we het ethisch verantwoorden in voorkomende gevallen wél gebruik te maken van bloed(fracties) van anderen, maar daarentegen dit voordeel níet aan anderen (of zelfs maar aan onszelf) beschikbaar te stellen door bloed te doneren, wat na fractionering als aanvaardbaar zou kunnen worden beschouwd?
  • Waarom dient een persoon die een transfusie met één van de vier hoofdcomponenten tot zich neemt uit de gemeente gesloten te worden, terwijl een persoon die met zijn of haar geweten in overeenstemming kan brengen alle fracties van voldoende gefractioneerd bloed te aanvaarden een gerespecteerd lid van de gemeente blijft?
  • En tot slot: Welk moreel onderscheid bestaat er tussen bloed, bloedcomponenten en bloedfracties en waarop is dit onderscheid gebaseerd?

Wanneer de Bijbelse basis voor bepaalde zaken lijkt te ontbreken, moet een dergelijke kwestie dan niet in het geheel aan het individuele geweten van een christen zélf overgelaten worden? Op die wijze wordt voorkomen dat men ‘buiten hetgeen geschreven staat' gaat en wordt tevens bewerkstelligd dat elke Getuige zijn eigen beslissing kan nemen in een kwestie die niet in detail in de Bijbel beschreven staat! En alleen op die manier kunnen Getuigen een volledig geïnformeerde beslissing nemen die niet gedeeltelijk beïnvloed wordt door andermans geweten of mening en ook niet beïnvloed wordt door angst voor eventuele sancties die volgen op een dergelijke beslissing.

Ik besef dat het uiteindelijk een lange brief is geworden. Ik maak me echter grote zorgen over het bloedstandpunt dat we nu als Jehovah's Getuigen innemen en welke gevolgen dit voor mij en mijn broeders en zusters zou kunnen hebben. De bloedkwestie kan verregaande consequenties hebben, niet alleen op medisch en gezondheidsvlak, maar zoals besproken ook op organisatorisch en sociaal vlak. En mijn bezorgdheid komt ook voort uit het feit dat vrijwel alle Jehovah's Getuigen de bovenstaande implicaties van ons standpunt niet zullen inzien, óók niet wanneer ze de ‘Wilsverklaring' hebben ingevuld en ondertekend. Kunnen mijn broeders en zusters daarom een volledig geïnformeerde beslissing nemen? Snappen mijn broeders en zusters waarom ze het één wel zouden kunnen aanvaarden en het andere niet? Ik zal eerlijk zeggen dat ik het op dit moment niet kan uitleggen, maar dat is uiteraard ook precies de reden waarom ik deze brief heb geschreven.

Ik zie uit naar jullie antwoord en zend mijn hartelijke groeten,

Ezra Swolfs

Voetnoot 1: Hoewel er in de medische wereld ook diverse andere indelingen worden gebruikt, zoals een indeling in 2 hoofdcomponenten: rode bloedcellen (45%) en plasma (55%). Maar ook bijvoorbeeld een indeling die gebaseerd is op de chemische samenstelling. Deze indeling beschouwt water (80%), hemoglobine (15%), albumine (2-3%) en globuline (1-2%) als de vier hoofdbestanddelen van bloed. Alleen al dit onderscheid in indelingen van bloed geeft het gevaar aan een standpunt te baseren op één van deze indelingen.