Na de laatste email van dhr. Bijkerk van 12 januari 2007 besloot ik als antwoord een brief te schrijven aan het Wachttorengenootschap. Deze brief luidde als volgt:

 

Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap
t.a.v. dhr. E.M.D. Bijkerk
Noordbargerstraat 77
7812 AA EMMEN

Egmond aan den Hoef, 31 januari 2007

Onderwerp: jehovahs-getuigen.nl

Geliefde broeder Bijkerk,

De apostel Paulus schreef eens het volgende aan de broeders in de gemeente Korinthe: "Ja, werkelijk, het betekent een volkomen nederlaag voor U dat GIJ rechtsgedingen met elkaar hebt. Waarom laat GIJ U niet liever onrecht doen? Waarom laat GIJ U niet liever te kort doen? Integendeel, GIJ doet onrecht en GIJ doet te kort, en dat aan UW broeders ." - 1 Korinthiërs 6:7

Ik moest onwillekeurig aan bovenstaande tekst denken toen ik enkele weken geleden een email van u ontving welke in naam van het Wachttorengenootschap aan mij was gericht. Een gedeelte uit die email luidde als volgt:

"Ik laat u officieel weten dat wij als Jehovah's Getuigen nog steeds interesse hebben bij de domeinnaam www.jehovahs-getuigen.nl. Ik verzoek u vriendelijk de domeinnaam aan ons over te dragen. Ik verzoek u tevens ons binnen twee weken te bevestigen dat u hiertoe de eerste stappen heeft ondernomen. Mocht u definitief de beslissing hebben genomen de domeinnaam niet over te dragen, of hoor ik binnen twee weken niet van u, dan zal ik ertoe over gaan de domeinnaam voor de rechter te vorderen ."

De ronduit dreigende toon in de email kwam op mij zeer onaangenaam over en was niet iets wat ik zou verwachten van vertegenwoordigers van de organisatie die Gods naam draagt. En uit onze lectuur blijkt duidelijk dat dit ook niet te verwachten zou moeten zijn. De Wachttoren van 15 maart 1996 zei op blz. 15 hierover het volgende:

"Loyaliteit aan Jehovah God zal ons er ook van weerhouden iets te doen wat smaad op zijn naam en koninkrijk zou brengen. Twee christenen bijvoorbeeld raakten eens zo in moeilijkheden met elkaar dat zij onjuist handelden door elkaar voor een wereldse rechtbank te dagen. De rechter vroeg: 'Bent u beiden Jehovah's Getuigen? ' Kennelijk kon hij niet begrijpen waarom zij voor de rechtbank waren verschenen. Wat een schande was dat! Loyaliteit aan Jehovah God had deze broeders ertoe moeten bewegen acht te slaan op de raad van de apostel Paulus: "Ja, werkelijk, het betekent een volkomen nederlaag voor u dat gij rechtsgedingen met elkaar hebt. Waarom laat gij u niet liever onrecht doen? Waarom laat gij u niet liever te kort doen?" (1 Korinthiërs 6:7)"

Het voorbeeld laat zien dat zelfs een wereldse rechter zich erover verbaasde dat twee broeders elkaar voor het gerecht daagden. Kunt u zich dan mijn verbazing voorstellen op het moment dat ik uw email las? Wat mij echter nog meer verontrust is dat Paulus spreekt over "onrecht" en "te kort doen". Dat is in deze kwestie in het geheel niet aan de orde. Ik heb niemand iets te kort gedaan, noch heb ik iemand onrecht aangedaan. Integendeel zelfs, net als ieder andere getuige van Jehovah heb ik uiting gegeven aan mijn geloof, getuigd over Jehovah en heb dat op een effectieve manier gedaan, namelijk via het Internet; ik heb daar vele tientallen, zo niet honderdtallen uren aan besteed. Wanneer Jehovah het volgens Paulus' woorden al als nederlaag bezag een broeder voor het gerecht te dagen wanneer er sprake is van "onrecht" of "te kort doen," hoe zou hij dan over een kwestie als deze gedacht hebben waarin hiervan helemaal geen sprake is?

Vrijwillige bijdragen

In de lectuur van het Wachttorengenootschap wordt herhaaldelijk besproken dat al het werk dat door Jehovah's Getuigen wordt gedaan bekostigd wordt door vrijwillige bijdragen. Hoofdstuk 21 in het boek "Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk" zet duidelijk uiteen dat het gehele werk wordt gedragen door de vrijwillige bijdragen van broeders en zusters. In De Wachttoren van 1 november 1998 stond het volgende te lezen:

"Hoe wordt al dit werk ondersteund? Door vrijwillige bijdragen. Deze worden niet geschonken met het doel in de publiciteit te komen of met zelfzuchtige beweegredenen, maar om de ware aanbidding te bevorderen. Zulk geven schenkt de gever derhalve geluk, alsmede Gods zegen (Maleachi 3:10; Mattheüs 6:1-4). Zelfs kinderen onder Jehovah's Getuigen geven er blijk van edelmoedige en blijmoedige gevers te zijn. Nadat bijvoorbeeld de vierjarige Allison over de verwoesting had gehoord die een orkaan in een bepaald deel van de Verenigde Staten had aangericht, gaf zij een bijdrage van $2. "Dit is al het geld in mijn spaarpot", schreef zij. "Ik weet dat de kinderen al hun speelgoed en boeken en poppen kwijt zijn. Misschien kunt u dit geld gebruiken om voor een meisje dat net zo oud is als ik een boek te kopen." Maclean, die acht jaar is, schreef dat hij blij was dat geen van de broeders en zusters in de storm was omgekomen. Hij voegde eraan toe: "Ik heb $17 verdiend toen ik samen met mijn vader wieldoppen verkocht. Ik wilde met mijn geld iets kopen, maar toen dacht ik aan de broeders en zusters."

Ongetwijfeld zijn dergelijke voorbeelden van vrijgevigheid ook voor Nederland te noemen. Kunt u het moreel en ethisch verantwoorden dat de relatief grote bijdragen van deze kinderen (of bijdragen van broeders en zusters in het algemeen) besteed worden aan gerechts- en proceskosten voor onbeduidende zaken, een zaak als deze? Het is bekend dat het Wachttorengenootschap vele rechtszaken heeft gevoerd welke dienden ter verdediging van onze vrijheid van meningsuiting en vrijheid van religie. Ik ben ervan overtuigd dat onze broeders en zusters graag hun vrijwillige gaven daaraan besteed hebben zien worden, omdat het voor verlichting heeft gezorgd voor hun medebroeders en zusters in diverse landen. Ik vraag mij echter af of mijn broeders en zusters hun vrijwillige gaven hebben gegeven zodat één van hun medebroeders door u (jullie) voor de rechter zou kunnen worden gedaagd. Ja, zouden de jongeren in bovenstaande aanhaling hun geld ook hebben geven als zij wisten dat hun gelden aangewend zou worden voor het bekostigen van rechtszaken als deze? En dan nog wel in een zaak waarin de koninkrijksbelangen geen enkel gevaar lopen, er geen sprake is van onrecht of aantasting van ons recht op vrijheid van meningsuiting en/of religie.

In het licht van Paulus' slotconclusie en het bovenstaande vraag ik mij oprecht af waarom jullie, zélfs áls ik jullie 'onrecht zou aandoen' of 'tekort zou doen' (waarvan geen sprake is), voornemens zijn mij voor deze kwestie voor de rechtbank te dagen. Hierdoor, stelt Paulus, doen jullie zélf onrecht en doen jullie zélf tekort! Bovendien wordt er voorbijgegaan aan de raad die onze lectuur dikwijls geeft over het voor de rechtbank brengen van onze broeders. Ik mag er toch vanuit gaan dat het principe "Doe wel naar onze woorden, maar niet naar onze daden" van toepassing was op de Farizeeën uit Jezus' tijd en niet op de organisatie die Gods naam draagt?

Zoals reeds eerder aan u gemeld blijven wij, als getuigen van Jehovah, graag zelf gebruik maken van de domeinnaam www.jehovahs-getuigen.nl en ga ik ervan uit dat u het juiste zult doen in deze kwestie, namelijk ons standpunt respecteren en dat verdere onchristelijke, gerechtelijke dreiging achterwege zal blijven.

Met broederlijke groeten en zegenwensen,

Ezra Swolfs


 

Op deze brief ontving ik op 8 februari 2007 het volgende antwoord van het Wachttorengenootschap (klik op de brieven voor een grotere versie. De brief is ook beschikbaar in pdf-formaat. Klik daarvoor op het pdf-iccontje onder de brieven):

 




 

Het meest opvallende uit bovenstaande brief zijn de volgende twee citaten:

"Hoe konden wij dus weten dat het hier een geloofsgenoot betrof? Bovendien kregen wij uit de inhoud van de site ook niet meteen de indruk dat deze beheerd werd door een Getuige."

en

Ons viel op wat je schreef in de laatste alinea van je brief, namelijk dat "...wij, als getuigen van Jehovah, graag zelf gebruik maken van de domeinnaam..." Deze zinsnede begrijpen wij niet. "Wij als Jehovah's Getuigen" kan immers slechts betrekking hebben op de organisatie zoals die geleid wordt door de getrouwe en beleidvolle slaaf, met zijn Besturend Lichaam, in Nederland vertegenwoordigd door het bijkantoor."

Het eerste citaat is opvallend, omdat er jarenlang het volgende op de voorpagina van jehovahs-getuigen.nl heeft gestaan: "De artikelen op deze website zijn geschreven door gedoopte en opgedragen Jehovah's getuigen met het doel om redenen van ons geloof te geven en anderen te inspireren om onvermoeid de "voortreffelijke strijd van het geloof" te blijven strijden." Het citaat is echter minstens zo opvallen omdat E.- Bijkerk enkele maanden eerder in zijn email van 5 juni 2006 het volgende schreef: "Uit de tekst van de website die verbonden is aan de in uw bezit zijnde domeinnaam maak ik op dat of u of een van de uwen een geloofsgenoot van mij bent. In dat geval wil ik u ook als mijn geestelijke broeder of zuster vriendelijk verzoeken om de domeinnaam aan ons (het Wachttorengenootschap) over te dragen, zodat wij uniformiteit kunnen brengen in onze web-presentie, en het surfende publiek naar onze websites kunnen leiden."

Ik moest helaas constateren dat er nergens in de brief een excuus werd gemaakt, maar dat er een excuus werd gezocht voor de rechterlijke dreiging van het Wachttorengenootschap.

Het tweede citaat van hierboven is natuurlijk nog opmerkelijker. Volgens deze brief van het Wachttorengenootschap kan "wij als Jehovah's Getuigen" enkel maar betrekking hebben op de organisatie! Vreemd, want De Wachttoren van 15 mei 1990 zegt bijvoorbeeld: "Het boek Handelingen toont aan dat Jehovah’s Getuigen in de eerste eeuw getrouw doorgingen met het werk dat door Gods Zoon was gestart. Ja, met de kracht van Gods heilige geest gaven zij ijverig getuigenis." Kennelijk bestonden er dus al getuigen van Jehovah in de eerste eeuw, terwijl de organisatie pas in de jaren 80 van de 19de eeuw werd opgericht! Volgens eigen zeggen hebben er dus altijd getuigen van Jehovah bestaan en is dit in het geheel niet gebonden aan de organisatie, zoals in de brief wordt beweerd. Logisch ook, want de benaming 'getuigen van Jehovah' draagt feitelijk niets anders in zich dan de Naam van God en het werkwoord getuigen.

Op 22 maart 2007 kreeg ik een herinneringsbriefje van het Wachttorengenootschap, omdat ik toen nog niet gereageerd had op bovenstaande brief van hen.

 



 

Op 23 april 2007 heb ik het Wachttorengenootschap nogmaals laten weten niet tot overdracht van de domeinnaam te willen overgaan.

 

Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap
Noordbargerstraat 77
7812 AA EMMEN

Egmond aan de Hoef, 23 april 2007

Onderwerp: jehovahs-getuigen.nl

Broeders,

Voor de goede orde bevestig ik hierbij de ontvangst van jullie brief van 8 februari 2007 en jullie herinnering van 22 maart 2007 omtrent de overdracht van de domeinnaam ‘www.jehovahs-getuigen.nl’.

Ik heb kennis genomen van jullie ‘argumenten’ in deze, doch heb besloten de domeinnaam niet over te dragen.

Ik vertrouw erop jullie hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,
Ezra Swolfs


 

Hoewel ik dit uiteraard al vermoedde, wordt een 'nee' feitelijk niet geaccepteerd en ontving ik drie dagen later het volgende briefje van het Wachttorengenootschap:

 


 

Aangezien ik niet begreep waarom de plaatselijke ouderlingen in deze kwestie betrokken zouden moeten worden, schreef ik hen in reactie hierop de volgende brief:

 

Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap
Noordbargerstraat 77
7812 AA EMMEN

Egmond aan de Hoef, 15 juni 2007

Onderwerp: jehovahs-getuigen.nl

Broeders,

Middels deze brief bevestig ik de ontvangst van jullie brief van 26 april 2007 omtrent de domeinnaam ‘www.jehovahs-getuigen.nl'. Naar aanleiding van deze brief heb ik nog twee vragen.

Mijn eerste vraag is of ‘nee' een antwoord is dat door jullie geaccepteerd wordt op het verzoek aan mij om overdracht van de domeinnaam? Een eenvoudig ja of nee op deze vraag is wat mij betreft voldoende. Ten tweede zou ik graag willen weten met welke reden de ouderlingen in mijn gemeente geschreven zijn? Naar mijn idee was dit een kwestie die rechtstreeks tussen jullie en mij afgehandeld is en heeft die met de plaatselijke gemeente, plaatselijke ouderlingen niets van doen.

Tot slot zou ik graag een afschrift ontvangen van jullie correspondentie met de plaatselijke ouderlingen.

In afwachting van jullie antwoord,

Met vriendelijke groet,
Ezra Swolfs


 

Voordat ik antwoord op deze brief kreeg, werd ik enkele tijd later inderdaad gebeld door de ouderlingen om een afspraak te maken. In eerste instantie zouden ze met zijn tweeën komen, maar uiteindelijk kwam slechts één broeder, omdat de ander die dag moest afhaken wegens gezondheidsproblemen. Ik had de broeder gevraagd de correspondentie van het Wachttorengenootschap aan hen mee te nemen, zodat ik de brief kon lezen. De broeder was de brief helaas 'vergeten', maar wist mij het volgende te vertellen over de inhoud (transcriptie van door mij gemaakte audio-opnamen van het gesprek dat ik verder overigens nooit openbaar zal maken).

"Het is niet eens een A4'tje," zei hij. "Er staat eigenlijk in, we hebben een hoop correspondentie gehad. De geestelijke gezondheid van deze broeder is veel belangrijker dan welke domeinnaam maar ook. Volgens mij gaat het Genootschap de discussie over de domeinnaam ook niet meer met je voeren. Ze waren alleen maar geïnteresseerd, is het een echte broeder? Dat hebben we uiteraard al naar ze bevestigd. En, gaat het geestelijk goed met hem? Het is alleen maar te prijzen dat het Genootschap zo ingesteld is."

Als antwoord hierop heb ik gezegd dat het me nogal verbaasde dat het Wachttorengenootschap de ouderlingen had ingelicht over deze kwestie. Naar mijn mening was het iets wat buiten de gemeente om speelde. En, ik vond het verwonderlijk dat zij kennelijk twijfelde aan mijn geestelijke gezondheid vanwege het feit dat ik 'nee' heb geantwoord op hun verzoek tot overdracht. Het laat mijns inziens wel duidelijk doorschemeren dat er verwacht wordt dat er door een rijpe Getuige gewoon aan een verzoek van het Wachttorengenootschap wordt voldaan. Ik deed dat niet, dus waren er twijfels over mijn geestelijke gezondheid...

Het verdere gesprek verliep overigens erg prettig. Ik heb de ouderling uitgelegd met welke punten ik vooral zat en waarom ik niet meer in de zaal kwam in die tijd. Hij kon in sommige dingen een eind met mij meegaan, maar onze conclusies lagen uiteraard ver uit elkaar.

Na het gesprek met de ouderling zal er ongetwijfeld een terugkoppeling hebben plaatsgevonden naar het Wachttorengenootschap, maar hierover moet ik gissen. Feit is wel dat ik enkele weken na het gesprek weer een brief kreeg van het Genootschap. Waarschijnlijk onder het mom van "de aanhouder wint".

 


 

Hoewel een deel van de inhoud van de brief regelrechte emotionele chantage is, heb ik besloten geen reactie meer op de brief te geven. Ik was van mening dat ik mijn standpunt voldoende duidelijk had gemaakt.

Na deze brief is het lang stil gebleven, totdat ik mijzelf op 1 februari 2009 heb teruggetrokken (zoals elders op deze site te lezen is). Nog geen drie weken (!) na mijn terugtrekking ontving ik op 18 februari 2009 een aangetekend schrijven van het Wachttorengenootschap. Ik wist meteen waar deze brief over zou gaan en mijn vermoeden was juist: de domeinnaam 'www.jehovahs-getuigen.nl'.

 


 

Vergelijk eerst eens de aanhef en afsluiting van de twee laatste brieven die het Wachttorengenootschap:

 

Aanhef brief 17-07-2007:

Geliefde broeder Swolfs,

Aanhef brief 18-02-2009:

Geachte heer Swolfs,

 

 

Afsluiting brief 17-07-2007:

Dank je wel voor je aandacht hiervoor. Ontvang alsjeblieft onze liefdevolle, christelijke groeten en wensen voor Jehovah's zegen,

je broeders...

Afsluiting brief 18-02-2009:

Hartelijk dank hiervoor,

Hoogachtend...

 

Het is duidelijk dat het na terugtrekking prompt over is met de liefdevolle, christelijke groeten...want die kun je uiteraard niet uitspreken naar iemand die zijn verbintenis met de organisatie heeft verbroken. De zakelijke kilheid heeft het overgenomen, wat nog maar eens extra blijkt uit de motie van wantrouwen om deze brief aangetekend aan mij te versturen. "Zo de waard is, vertrouwt hij zijn gasten" laten we maar zeggen.

Het is triest dat een organisatie die eerst nog beweerde dat 'mijn geestelijke welzijn belangrijker was dan welke domeinnaam maar ook,' dit principe kennelijk drie weken (!) na mijn terugtrekking al niet langer meer van toepassing acht. Alsof er een brief geschreven wordt aan een volslagen vreemde. De ware aard van het kerkgenootschap "Wachttoren- Bijbel en Traktaatgenootschap" (waar ik in de loop van de jaren al een aardig beeld van heb gekregen), komt ook in deze kwestie weer duidelijk naar boven. We hebben je lief, we houden van je...zolang je maar doet wat wij zeggen. Doe je dat niet meer, dan leggen we deze liefde voor jou zonder blikken of blozen terzijde. Liefde is óf oprecht óf voorwaardelijk. Oprechte voorwaardelijke liefde bestaat niet. Helaas hebben Jehovah's Getuigen hierin zéér slechte leermeesters...